Copyright H.E. Schoonekamp. Zonder mijn toestemming mogen mijn verhalen niet gekopieerd en/of gepubliceerd worden. Linken mag uiteraard wel.

vrijdag 9 januari 2015

Perú. Column 2015-1 voor Contact.

Eind 2013 vertrok ik uit Perú nadat ik er zeven weken was geweest. Van de zeven weken had ik er vijf in een kindertehuis gewerkt. En toen ik vertrok wist ik heel zeker: Perú zat voor altijd in mijn hart en een deel van mijn hart bleef achter in Perú. Dat ik besloot om tijdelijk weer terug te gaan naar Perú, en vooral naar het kindertehuis, was dus niet verwonderlijk.
Uiteraard heb ik in Nederland ook gelezen hoe op een aantal plaatsen in de wereld kinderen worden gebruikt in tehuizen om “rijke” vrijwilligers te lokken. In het kindertehuis waar ik als vrijwilliger werk gebeurt dit zeker niet. In 2013 kreeg ik in Perú eerst een gesprek met een psycholoog en werd mijn Spaans getest. Ze wilden zeker weten dat ik kon omgaan met kinderen met vaak heftige verledens op straat en dat ik op een normale manier met hen kon communiceren. Ik slaagde gelukkig voor de testen. Ik betaal ook geen geld om er te mogen werken, ik betaal alleen mijn verblijf. Er is dus niemand die er geld aan verdient.
Na een lange vliegreis en een nog langere busreis was ik weer terug in Huanchaquito, een dorpje in het noorden van Perú, aan de kust in de woestijn. Een van oorsprong vissersdorp met typische rieten vissersboten, de zogenoemde caballitos. Perú ligt op het zuidelijk halfrond en het is hier nu dus zomer. De temperatuur is hoog, maar door een koude golfstroom is het zeewater niet warmer dan 14 graden Celsius. En omdat het zomer is hebben de kinderen in het tehuis nu zomervakantie. In 2013 hielp ik veel met huiswerk maken, nu is het vakantie dus veel tijd voor leuke dingen. In het tehuis wonen momenteel 14 jongens in de leeftijd van 8 tot 15 jaar. De eerste dag dat ik weer terug kwam bij het tehuis was even spannend. Zouden ze me nog wel kennen? Er waren ook veel nieuwe kinderen. Maar toen ik bij de poort stond en een paar bekende stemmetjes mijn naam hoorde roepen was het meteen weer goed. Geweldig om weer bij ze te zijn en weer met ze te kletsen en spelen. Mooi om te zien hoe kinderen die er in 2013 net waren en angstig en verlegen waren nu opgebloeid zijn tot stoere voetballers die het best goed doen op school. Wat voor de jongens heel belangrijk bleek te zijn, was dat er iemand was die ze leuk genoeg vond om voor terug te komen. 
Speelgoed is er bijna niet, faciliteiten ook niet. Zo doen de kinderen hun eigen was, met de hand. Begeleiders maken hele lange dagen van 26 uur. Maar het belangrijkste is dat ze er veilig zijn, eten en drinken krijgen, kind kunnen zijn en naar school gaan. En hoewel het de bedoeling is dat ik ze wat leer, leer ik net zoveel van hen, van deze bijzondere, leuke jongens. Zo kan ik tegenwoordig best goed voetballen… En weet ik dat persoonlijke aandacht en af en toe een knuffel zoveel belangrijker is dan een kast vol speelgoed. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen