Copyright H.E. Schoonekamp. Zonder mijn toestemming mogen mijn verhalen niet gekopieerd en/of gepubliceerd worden. Linken mag uiteraard wel.

zaterdag 19 september 2015

Politieblog. Oververhit.

“112 politie, uit welke plaats belt u?” 
“JAAA hallo, jullie moeten NU wat aan die blaffende k*thond van de buren doen, anders trap ik daar zelf de deur in en maak ik dat beest kapot!!”
Ik draai het volume van mijn headset wat lager, de man schreeuwt immers hard genoeg. 
“Ik begrijp dat u last heeft van de blaffende hond van de buren. In welke plaats bent u meneer?”
“Je moet niet zo zeuren, je moet gewoon zorgen dat dat beest z’n kop houdt!”
“Meneer, dat wil ik wel, maar dan moet ik toch echt weten op welk adres die hond zit.”
“Jullie doen ook nooit wat! Laat maar!” -tuuttuuttuut-
De man heeft de verbinding verbroken. Ik leun zuchtend achterover in m’n stoel op de bloedhete meldkamer van de politie. Binnen is het bloedheet, maar buiten ook. En dat is te merken aan de meldingen deze avonddienst. 

Weer telefoon, ik neem op: “112 politie, uit welke plaats belt u?” 
Dit keer een boze vrouw aan de telefoon die klaagt over stankoverlast van de barbecue in de tuin van de buren. En er wordt nog alcohol gedronken ook. Ik kijk op de klok. Het is 19:00 uur. Ik leun weer achterover, ondertussen de druppels van de nauwelijks werkende airco uit het plafond ontwijkend en zeg de vrouw dat de buren gewoon de barbecue mogen aansteken en dat ze daar geen 112 voor mag bellen. Naar 112 mag alleen gebeld worden in levensbedreigende situaties en nu wordt deze lijn onnodig bezet gehouden voor mensen die echt de politie nodig hebben. Ook deze vrouw is niet blij met mij en zegt dat ze de barbecue zelf wel uit gaat maken, waarop ook zij de verbinding verbreekt. Ik denk dat ze boos is omdat ze niet bij de buren is uitgenodigd.

Ik zeg tegen mijn collega dat ik de Explosieven Opruimingsdienst ga bellen. Verbaasd vraagt hij waarom, ondertussen zoekend in de meldingen of hij iets gemist heeft. Ik zeg hem dat we in een gebied werken waar op deze bloedhete avond heel veel mensen met een kort lontje wonen en dat ik bang ben dat die allemaal gaan exploderen. Daar komt de EOD niet voor krijg ik te horen. En de brandweer mag ik ook niet inschakelen om alle boze oververhitte inwoners van ons gebied te koelen.

Deze warme dagen zorgen voor heel veel meldingen van kleine vechtpartijtjes, geluidsoverlast, geschreeuw over en weer en burenconflicten. Niemand die nog wat van een ander kan hebben. En iedereen dreigt het zelf wel op te lossen. Maar aangezien daar geen meldingen van komen, heeft men het zelfs daarvoor te warm.

Telefoon. Ik neem weer op: “112 politie, uit welke plaats belt u?” 
“Zja, haalloo, de autooo van de buren sjtaat voor mijn deur en ik vin die auto niet mooi”
“Heeft u gedronken meneer?”
“Zjaaaa seker, een paar biertjes tegen de hitte mevrrrouw”
“Meneer, u belt 112. Dat is alleen voor echt levensbedreigende situaties. Ik snap dat u die auto niet mooi vindt, maar daar komt de politie niet voor. Neemt u nog maar lekker een koud biertje en ga dan lekker slapen.”
“Zjaaa, dat isj wel un goed ideeee van u mevrrrouw, dat ga ik doen, dank u wel, u heeft echt goeieee ideeën, u bent echt heel sjlim en liefff.”
“Graag gedaan meneer, fijne avond.”
Ik verbreek de verbinding. Eindelijk een tevreden klant. Mag ik al naar huis?

dinsdag 15 september 2015

Brief aan Máxima. Prinsjesdag 2015

Zutphen, 15 september 2015

Beste koningin Máxima, 

Eigenlijk waren we gestopt met brieven schrijven, maar ik kan het vandaag toch niet laten om u weer eens te schrijven. Bovendien heb ik mijn telefoon in duizend stukken laten vallen en kunnen we dus niet meer appen. 

Het was me het dagje wel weer voor u. Stormachtig buiten en nu in de media. 
Uiteraard over de inhoud van de troonrede. Eigenlijk is het niet meer dan een ceremonieel gedoe, want de inhoud was voor de zoveelste keer weer uitgelekt. Ik kan me goed voorstellen dat dit voor uw echtgenoot niet leuk is. Dagen is hij aan het oefenen om die droge stof vloeiend uit zijn mond te krijgen en op het moment dat het eindelijk zover is dat hij het wereldkundig mag maken kent iedereen de inhoud al. 
Dat is net alsof je na heel lang zoeken een heel mooi cadeau voor een speciaal iemand koopt en op het moment van afrekenen die persoon ineens achter je bij de kassa staat. Weg verrassing, alle moeite voor niks. Of een rotgeintje met iemand wilt uithalen, maar die persoon heeft je voortijdig door.

Ik kan me goed voorstellen dat u beiden zuchtend bent opgestaan vanochtend, er zijn leukere werkdagen te bedenken. U heeft er vast wel naar uitgekeken om die mooie jurk te mogen dragen. Of heeft u nog even getwijfeld toen u vanochtend naar buiten keek en geen zon zag maar wel een bak regen naar beneden zag komen. Wel koud voor zo’n mouwloze jurk. En die Gouden Koets zal ook best tochtig zijn. Er gaat nu een foto van u viral waarbij mensen zich afvragen of u het koud had of blij was die militairen te zien. En een video waarin te zien is dat u een paar keer bijna struikelt over uw jurk. Geen beter vermaak dan leedvermaak. U bent koningin van een land waarin de gemiddelde vrouw eeuwig in een spijkerbroek en op gympen loopt. En het bovenlijf bedekt onder dikke vesten. Allesbehalve charmant. Ja, het was koud vandaag. ¨Puntig weer¨ zeggen we hier in het oosten. Denkt u maar zo: beter puntig mooi dan niet-puntig lelijk. Gelukkig hield u uw handen wel warm in die handschoenen.

Waar uw halve koninkrijk ook geschokt over is, is dat u geen hoedje droeg. En dat terwijl alle dames wel met rare creaties op hun hoofd aan kwamen lopen. Voor u als koningin staat voorgeschreven dat u een lange japon dient te dragen en een hoed of haarstuk. Groot gelijk dat u voor het laatste heeft gekozen, was er toch nog iets verrassends aan de troonrede. Ik weet zeker dat u net als ik hoopte dat er een enorme windvlaag zou komen die al die hoedjes in één ruk mee zou nemen de gracht in. 

U zult wel blij zijn dat de dag voorbij is. Lekker op de bank nu, kachel aan en een goed glas wijn. Bekijkt u al die social media maar niet. Alleen maar gezeur. Ik kan me goed voorstellen dat u er na zo’n dag over denkt om uw huis aan vluchtelingen te geven en lekker met uw gezin naar Argentinië te vertrekken. Waar u gewoon normaal kunt zijn. Waar de vrouwen vrouwelijk zijn en het niet vaak puntig weer is. 

Het waait hard buiten. Het zal dan ook wel weer snel overwaaien. Morgen is alles weer normaal. Zo lekker Hollands normaal.

Hartelijke groeten van uw onderdaan die het ook koud heeft in een jurkje maar gelukkig niet op de foto moet,

Henrieke Schoonekamp




donderdag 10 september 2015

Politieblog. Paasvuur.

Deze column is geplaatst op www.politie.nl/blogs



Blog: Paasvuur 

Het is Tweede Paasdag en ik ga aan het werk. Thuis zeg ik mijn eigen paashaas in zijn hokje gedag en ga naar het politiebureau. Buiten ruik ik de brandlucht die van de paasvuren in de buurt zijn blijven hangen. Een eeuwenoude traditie - vooral in Oost-Nederland - en van oudsher bedoeld om de boze geesten te verdrijven, zodat de oogst niet mislukt. 
In het politiebureau verdelen we de binnengekomen zaken. Ik ga eerst een sporenonderzoek instellen bij een woninginbraak. Als ik bel om een afspraak te maken, neemt een hevig geëmotioneerde vrouw op. Ze zegt dat ze thuis is en dat ik dus kan komen.
Wanneer ik bij de woning aankom, zie ik behalve de naam van de vrouw ook de naam van haar echtgenoot op het naambordje staan. Ik ben blij dat er iemand is die haar kan steunen, nu ze het blijkbaar zo moeilijk heeft met de inbraak. De vrouw doet de deur open, ze heeft rode ogen van het huilen. Ik stel me aan haar voor en laat mijn politie-legitimatiebewijs zien. Ze wijst me de schade aan de voordeur, waarna ik achter haar aan de woning inloop. De echtgenoot zie ik niet. 
In de woonkamer is het een enorme chaos. Als we doorlopen naar de slaapkamer, begrijp ik pas echt waarom ze zo erg van streek is. Blijkbaar hebben de inbrekers de urn met het as van haar overleden echtgenoot geopend. De urn is daarbij gebroken en zijn as ligt over de vloer verspreid. Eromheen liggen spullen en kleding uit de kast. De vrouw begint weer te huilen. 
De as kan zo niet blijven liggen, dit gaat volledig tegen mijn gevoel in. Ik vraag de vrouw of ze wil dat ik de as weghaal of dat ze het liever zelf doet. Met betraande ogen vraagt ze of ik het wil doen. Ze is zichtbaar opgelucht. Uit mijn dienstauto pak ik een grote, schone glazen pot om de as in te doen. Een brandpot, waarin wij verbrande resten in veiligstellen voor onderzoek. Hoe cynisch. Maar iets anders geschikts heb ik niet bij me. Met handschoenen aan en een stofkapje voor mijn mond en neus verzamel ik de as in de pot. De vrouw kan het niet aanzien en loopt huilend weg. 
Terwijl ik de as verzamel word ik echt boos op de inbrekers die de urn openden. Waarschijnlijk dachten ze dat er wat anders in zat. Maar ze hadden gewoon niet moeten inbreken en ze hadden zeker met hun vingers van deze urn af moeten blijven. Wat ze hiermee de bewoonster aandoen valt niet te beschrijven, wat een verdriet. En daarbij vind ik het niet erg om met Pasen sporen te zoeken in plaats van eieren, maar hier in de woning menselijke as oprapen, dat is wel even wat anders. 
Terwijl ik de as verzamel, probeer ik niet naar de ingelijste foto van de man op het nachtkastje te kijken, een vrolijk lachende vijftiger. Het sterkt me dat ik hiermee de vrouw een grote dienst bewijs.
Als ik alle as verzameld heb, geef ik de pot in een doosje aan de vrouw. Hierna doe ik het werk waarvoor ik hier gekomen ben: sporen verzamelen van de inbrekers. Ik ben extra gemotiveerd om deze inbrekers achter de tralies te krijgen. Als ik klaar ben met het sporenonderzoek neem ik afscheid van de vrouw. Met beide handen pakt ze de mijne en bedankt me voor alles. Ik zie geen tranen meer in haar ogen, wel opluchting. 
Als ik buiten sta, ruik ik opnieuw de brandlucht van de paasvuren. De lucht ervan blijft ook in de dienstauto nog lang in mijn neus hangen.

woensdag 9 september 2015

Politieblog. Ook een beetje lol maken.

Deze blog is gepubliceerd op www.politie.nl/blogs


‘Heb je zin om met me mee de stad in te gaan?’ Het is vrijdagavond, 20.00 uur. Een goede vriendin van me staat voor de deur. Ik heb wel zin om met haar mee te gaan, maar ik kan niet. Ik heb samen met een collega piket. Dit houdt in dat ik telefonisch bereikbaar ben voor het werk. Als ergens in mijn werkgebied direct forensische opsporing nodig is, dan word ik in dienst geroepen. Ook midden in de nacht. Ik zeg tegen mijn vriendin dat ik de volgende keer graag mee ga, maar dat dat nu echt niet kan. ‘Niet alleen maar werken hoor, ook een beetje lol maken’ zegt ze met een knipoog, terwijl ze vrolijk zwaaiend wegloopt.

Een half uur later gaat de diensttelefoon. Ik hoor de vertrouwde stem van mijn collega zeggen dat onze komst wordt verzocht bij een overleden persoon. Vijf minuten later zit ik in de auto op weg naar het opgegeven adres, veertig minuten rijden verderop. Onderweg kom ik door een dorp waar het gezellig druk is. Het jaarlijkse dorpsfeest is net begonnen. Er staan tenten in het weiland en ik zie al wat verklede feestvierders die lachend op weg naar het feest zijn.

Als ik bij de woning ben, komen ook net mijn collega en de forensisch arts aan. De agenten die als eerste ter plaatse waren, praten ons bij. Ik begrijp dat familieleden hun moeder en oma hangend aan een touw in de woning hebben aangetroffen. Er is een afscheidsbrief gevonden, waarin staat dat ze de lichamelijke pijn niet meer aan kon. Ook het leven zonder haar vorig jaar overleden echtgenoot, met wie ze meer dan zestig getrouwd is geweest, viel haar zwaar.

Ik condoleer de familie en ga samen met mijn collega en de forensisch arts aan het werk. We onderzoeken de woning en het lichaam van de vrouw op eventuele sporen, waaruit zou blijken dat er nog iemand anders betrokken is geweest bij het overlijden. Maar na ons onderzoek komen we tot de conclusie dat dit niet het geval is. Suïcide dus. 

Als ik uiteindelijk naar huis rijd, kan ik het trieste einde van de vrouw moeilijk van me afzetten. In gedachten rijd ik door het donker. Halverwege zie ik de lichten van het jaarlijkse dorpsfeest weer. Dit is inmiddels in volle gang, het is een stuk drukker in het dorp. Voorzichtig rijd ik door de verlichte straten. 

Als ik een rotonde oprijd, schrik ik van een verklede jongen, die midden op de weg staat. Hij staat wat wankel op zijn benen. Ik doe het raampje naar beneden en roep naar hem dat hij aan de kant moet gaan. Hij kijkt op en als hij me ziet, zegt hij met een grote glimlach: ‘Hey, ga je mee een biertje drinken?’ Ik schiet in de lach en zeg dat hij beter op de stoep kan gaan staan, omdat ik bijna tegen hem aangereden ben. Dan ziet hij blijkbaar het politielogo op de mouw van mijn jas, want ik zie hem schrikken. Hij loopt van de rotonde, de stoep op. Onvast ter been, maar met een grote grijns roept hij me na: ‘Niet alleen maar werken hoor, ook een beetje lol maken! Het leven is te gek en te mooi. Leef het gekke leven!’ 

Met een grote glimlach rijd ik door. Dat is de tweede keer vanavond dat ik deze woorden hoor. En zeker na de trieste situatie van 20 minuten eerder, ben ik het er helemaal mee eens! 


dinsdag 8 september 2015

Oma. Column voor Contact.

Deze column is gepubliceerd in de Contact.

¨Kind, je bent zooo beroemd!¨
¨Nee oma, ik ben niet beroemd.¨
¨Jawel, dat ben je wel en ik ben zo trots, ik heb je in de krant en op televisie gezien!¨
Ik probeer mijn lieve omaatje nog uit te leggen dat het verhaal dat ik schreef heel even in de schijnwerpers stond, maar dat ik nu weer gewoon Henrieke ben. Niks bijzonders. Maar daar wil ze niks van weten.

Achtentachtig is ze. Mijn lieve oma, m’n laatste grootouder nog in leven. In de Achterhoek woont ze, gewoon op zichzelf, met wat hulp. Meestal heel optimistisch, af en toe moppert ze om niks. Wat dat betreft lijk ik op haar. Ze geniet van kleine dingen. Kleine dingen in de buurt en om haar heen. En daarom is het fijn om bij haar te zijn, tussen de drukte en grote boze wereld waarin ik soms leef. En zet ze me ongemerkt terug op aarde. Van al haar kleinkinderen en kinderen weet ze precies wat ze doen. En op ons allemaal is ze even trots. 
Als ik in politie uniform bij haar op de stoep sta pakt ze m’n pet af en zet die op. Met de opmerking: ¨Die pet staat mij ook prima.¨ En ze heeft nog gelijk ook. Samen liggen we dan dubbel van het lachen.

Als ik bij haar ben word ik volgestopt met koekjes en chocola. Ook al wil ik niks, weigeren is geen optie. Heel af en toe neem ik haar mee uit eten. Samen in een restaurant pizza eten en een wijntje drinken. Sinds een jaar heeft ze een vriend, 92 is hij. Bijna puberaal verliefd zijn ze. En als ze mij vraagt of ik alweer een vriend heb en ik daarop ontkennend moet antwoorden zegt ze dat het gedonder met mannen ook niks is. Soms tegenstrijdig, maar altijd zegt ze de goede woorden. Het wereldnieuws vat ze samen in een paar woorden, altijd relativerend. En herinneringen aan vroeger deelt ze met me. 

Ze viel en brak haar heup. En belandde dus in het ziekenhuis. Heel even was ik bang dat er complicaties zouden optreden. Maar m’n omaatje is een taaie. En dus was ze snel weer op de been. En vertelt ze me dat een verpleegster haar de krant had gegeven, opengeslagen op het artikel over het verhaal dat ik schreef, met foto. En dat de verpleegster had gezegd dat ze dit bijzondere verhaal echt even moest lezen. Waarop m’n oma antwoordde dat ze dit al wist en dat dit verhaal van haar kleinkind was. Waarop snel alle verpleging aan haar ziekenhuisbed stond om met haar te praten en ze samen de uitzending van omroep Gelderland hebben bekeken.

¨Maar oma, eigenlijk ben je nu zelf dus beroemd!¨
¨Ik niet, ik ben liever berucht.¨

Ik houd zoveel van haar. En hoop dat ze minimaal honderd wordt. Ik kan en wil haar nog niet missen. 

donderdag 3 september 2015

Dag klein mannetje

Dag klein mannetje. Dag mooi klein mannetje. Dag mooi klein dood mannetje.

Ik ben vast één van de laatste die kennis met je maakt, heel de wereld heeft jou al gezien. Ik was nogal laat online vanavond. Je hebt geen idee wat dat is, online zijn. Maakt ook niet uit. Voor jou zeker niet meer.

Je ouders, althans dat denk ik, hebben je de laatste keer aangekleed. Een mooi rood shirtje en een blauw broekje. En ze hebben je je schoentjes aangedaan. Je bent nog te klein om dat zelf gedaan te hebben. Je schoentjes zijn niet veel gedragen, want de zolen zijn nauwelijks afgesleten. Maar misschien heb je de schoentjes al best lang. En heb je er gewoon niet veel op gelopen. Je beentjes zien er wel stevig genoeg uit om je overal te brengen waar je had willen zijn. Om te rennen naar plekken waar iets nieuws te ontdekken voor je was. En dat is nogal veel op jouw leeftijd. Maar misschien zijn je schoentjes niet afgesleten omdat je met je kleine korte beentjes niet snel genoeg was. Niet snel genoeg om met je familie te vluchten voor geweld, voor de dood. En hebben je ouders je daarom veel gedragen. In de armen van je papa of mama heb je je vast veilig gevoeld. Lekker dicht tegen ze aan. Misschien vond je het wel leuk toen ze met je renden, omdat je te klein was om te begrijpen waarom. Misschien heb je wel schaterlachend op de armen van je papa of mama gezeten. Omdat het gewoon leuk voor je was toen ze met je renden. 

Je hebt je papa en mama vast de moed gegeven om door te gaan. Doorgaan met leven, zodat ze jou een toekomst konden geven. Een veilige toekomst waarin jij naar school had kunnen gaan en had kunnen spelen en je schoentjes kapot had kunnen lopen. 

De zee. Wat veel water hè. Had je ooit al de zee gezien? En dan de boot. Mooi hè, op de boot. Heb je naar visjes gekeken? Vond je de bewegingen die de golven veroorzaakten leuk? Wat zullen je papa en mama blij zijn geweest dat ze met jou op de boot zaten. Het moment dat jij je schoentjes zou gaan verslijten was dichtbij. 

Het ging niet goed hè. Het water is niet zo koud zo aan het einde van de zomer. Maar je rode shirtje, blauwe broekje en je schoentjes zijn in het zeewater veel te zwaar voor zo’n klein mannetje als jij. Je kleine stevige beentjes konden daar niet tegenop. Vies hè, dat zeewater in je mond. 
Je was wel dicht bij de visjes. Was je bang? Misschien heb je naar de visjes gezwaaid zonder te beseffen dat je nooit meer een stap zou gaan zetten in je schoentjes. 

Daar lig je dan, zo stil op het strand. Met je plakkerige natte rode shirtje, blauwe broekje en schoentjes. Je neusje en mondje in het vieze zoute water. Je armpjes langs je lijfje, je handjes met je handpalmen omhoog. Alsof je klaar bent om de wereld op te vangen. Was er maar iemand geweest om jou op te vangen. Je papa en mama hebben het vast geprobeerd. De zee is nogal ruw, daar weet je nu alles van.

Je bent nog maar klein. Te klein om de wereld om je heen te begrijpen. Maar je grijpt de wereld wel. En mij zeker. Ik moet een beetje huilen als ik naar je kijk. Stom hè, want we kennen elkaar helemaal niet. Ik kan niet slapen, mijn ogen gaan niet dicht. Omdat ik weet dat jouw oogjes nooit meer open gaan.

Dag klein mannetje. Dag mooi klein mannetje. Dag mooi klein dood mannetje.






De foto bij deze blog is van persbureau Reuvers. De foto heb ik van één van de velen op Facebook gekopieerd. 

donderdag 27 augustus 2015

Politieblog. Trots op de politie in Nederland.

Eind 2014 nam ik een paar maanden onbetaald verlof bij de politie en vertrok naar Perú om daar in een kindertehuis te gaan werken. Een tehuis voor voormalig straatkinderen in het noorden van Perú. Eind 2013 had ik er al eens 5 weken gewerkt.
“Schrijf eens een leuke column over de politie daar in Peru”, mailde iemand van de politie me. Ik stuurde terug: “De politie hier is een corrupte bende waar ik vriendelijk lachend met een grote boog omheen loop. Korte column…” 
Toch heb ik mijn ervaringen met de politie daar opgeschreven:

Politie in Perú:

In het kindertehuis waar ik een paar maanden als vrijwilliger werk, wonen sinds september 2013 twee broertjes, inmiddels 10 en 12 jaar oud. Ze komen uit een hele slechte wijk en hebben gezien hoe hun vader hun moeder die maand vermoordde. Het gaat nu goed met deze jongens. Ze krijgen psychisch hulp, gaan naar school en spelen als andere kinderen. Tot mijn schrik dook de vader dit jaar ineens op in het tehuis. Met zijn nieuwe vriendin en hun baby. Toen hij weg was, kwamen beide jongens tegen me aan hangen en ik zal die blikken in hun ogen op dat moment nooit meer vergeten. Zo bang en verdrietig. Later bij één van de begeleiders thuis heb ik gevraagd hoe dat mogelijk was. Waarom zat die man niet in de gevangenis? De politie had geen bewijzen dat hij zijn vrouw vermoord had, was het antwoord. Ongelooflijk… Specialisten die kinderen verhoren? Forensisch onderzoekers die sporen zoeken? Een wijkagent die het gezin kent? Rechercheurs die de vader verhoren? Agenten die een buurtonderzoek doen? Hier dus niet… 

Half januari kwam er een nieuw jongetje in het tehuis wonen. Acht jaar, maar de lengte van een vijfjarige. Het enige dat het kind bezat, waren de kapotte kleertjes die hij aanhad. Een moeder had hij niet meer en zijn vader mishandelde hem. Ook hier waren geen bewijzen, dus de politie haalde alleen het kind weg en de vader kon verder met zijn leven. In het tehuis kreeg hij kleding, een bed en een veilige omgeving. Bij onverwachte bewegingen van volwassenen dook hij weg. 
Twee dagen na zijn komst gaan we naar het strand. Ik heb inmiddels een beetje zijn vertrouwen gewonnen en aan mijn hand loopt hij mee. Grote ogen als hij voor het eerst de zee ziet. Zoveel water! Niemand kan hier zwemmen, ook de begeleiders niet. Toch gaat iedereen de zee in, het is hier tientallen meters heel ondiep. Stapje voor stapje neem ik hem mee de zee in. Hij heeft een korte broek en een t-shirt aan. Zwemkleding hebben ze niet. Eerst onze voeten, dan tot aan onze enkels in zee. Hij knijpt mijn hand bijna fijn, maar durft tot aan zijn knieën met mij de zee in. En dan komt er een flinke golf en is hij nat tot aan zijn middel. Ik lach en hij ook. Ik zeg tegen hem dat hij beter zijn shirtje uit kan doen. Dat hebben de andere jongens ook en zo’n nat shirt is niet fijn. Hij doet zijn shirt uit. En dan zie ik op zijn rug en ribben heel veel blauwe plekken en littekens. Ook bebloede rode strepen alsof hij met een stok geslagen is. Ik bijt mijn onderlip kapot en doe tegen hem net of er niks aan de hand is. Maar van binnen kook ik en ik vecht tegen mijn tranen. De politie had geen bewijzen?! 
Hij wil verder de zee in en vraagt of ik hem op wil tillen. Ik was niet voorbereid op een dagje strand, maar ik til hem op en loop met mijn kleren aan de zee in met hem. Hij zegt dat hij het wel een beetje eng vindt als ik tot mijn middel in de zee sta met hem op mijn arm. Ik vraag of hij terug wil, maar dat wil hij niet. Ik zeg hem dat hij veilig is. Dat er niks met hem gebeurt zolang iemand van het tehuis bij hem is. Dat er alleen maar mensen zijn die om hem geven en voor hem zorgen. Dat niemand hem pijn zal doen. Even later speelt hij met de andere kinderen in de branding. Zijn wonden worden elke avond verzorgd in het tehuis. Ik slaap slecht die nacht. 

Ondertussen lees ik in de krant hoe de politie een aantal verdachten heeft opgepakt. De agent poseert trots voor de camera met de verdachte, die gewoon volledig herkenbaar op de foto staat. Links onderin een foto van een agent die poseert met het bewijsmateriaal. Een vuurwapen. Met de pers en met privacy wordt dus ook wat anders omgegaan.
Een toeriste is beroofd van haar camera en ik ga met haar mee naar het politiebureau om te vertalen. Niemand spreekt hier Engels en een tolkentelefoon bestaat hier niet. Hebben ze ook niet nodig. De politie weigert namelijk simpelweg om de aangifte op te nemen. Geen zin vandaag.
Er waren niet genoeg vrouwen bij de politie hier in het noorden van Perú. En dus zijn er heel veel vrouwen aangenomen bij de verkeerspolitie. En nu staan ze het verkeer te regelen langs het strand op een eenrichtingsweg, onbewapend… Om de doorstroom te bevorderen, zo zou het wel bedoeld zijn… Wat mij betreft staan ze er echt voor aap en bovendien als schietschijf in de grote stad. 
Er zijn heel veel politiecontroles. Taxi’s worden nooit gecontroleerd. Terwijl juist de taxichauffeurs gevaarlijk zijn. Er vinden heel veel berovingen in taxi’s plaats. Taxi’s zijn vaak in handen van bendes. Maar ach, met de juiste connecties bij de politie…

Op elke verjaardag in Nederland hoor ik weer hetzelfde gezeur over “onterechte” bekeuringen die iemand gehad heeft als ik vertel waar ik werk. En als forensisch onderzoeker mag ik niet eens bekeuringen schrijven. Ik krijg ze wel als ik te hard rijd, ook als ik onder diensttijd te hard rijd. Als ik iets verkeerd doe, dan word ik daarvoor bestraft. Zo is ons rechtssysteem in Nederland...
Wanneer beseffen mensen in Nederland toch eens dat ze in een land wonen waar we als politie gewoon doen waarvoor we aangenomen zijn? Dat we in een veilig land wonen en dat als er iets gebeurt wij als politie er zijn om de waarheid boven tafel te krijgen? Dat wij ons niet om laten kopen. Dat we bereikbaar zijn voor de mensen die ons nodig hebben, dag en nacht. Dat we soms belachelijk veel uren maken om de juiste verdachte voor de rechter te brengen. Hoe we verschillende gespecialiseerde afdelingen hebben. 
Ik ben er trots op dat ik voor de Nederlandse politie mag werken en ik ben er trots op hoe wij als Nederlandse politie ons werk doen. En wat hoop ik dat de Peruanen ook ooit zo’n politie krijgen. 






dinsdag 25 augustus 2015

Politieblog: Verzekerd.

“En wat denk je dat de koning, Willem Alexander hiervan vindt? Dit kan toch niet!” 
Even sta ik met mijn mond vol tanden. Ik ben in de woning van een Syrische man. Hij kijkt me boos en verdrietig aan. De man is aan het verhuizen. In de oude woning die gesloopt gaat worden stonden nog wat spullen van hem die nog verhuisd moesten worden. 

Stonden, want iemand heeft een ruitje ingeslagen, is de woning binnen gegaan en heeft de spullen weggehaald. En aan mij nu de eer om een forensisch onderzoek in te stellen en dadersporen te zoeken. Door de zeer slechte staat van de sloopwoning en omdat er al een tijdje niet is schoongemaakt vanwege de verhuizing vind ik echter bijna geen bruikbare dadersporen. Geen bloed op het glas van een dader die gewond is geraakt, of mooie vingerafdrukken op verplaatste goederen in de kamer. Ik heb echt mijn uiterste best gedaan en heb de man ook laten zien dat er bijna geen sporen zijn. 

De man praat verder in gebrekkig Nederlands: “Dat kan de koning toch niet goed vinden. Dat iemand mijn huis kapot maakt en mijn spullen meeneemt.” Ik zeg dat de koning dat ook niet goed vindt en dat hij daarom de politie heeft gestuurd om de dieven te vangen en de spullen te zoeken. De man kijkt mij vragend aan. Ik leg uit dat de koning mij niet persoonlijk heeft gestuurd, maar dat hij het niet goed vindt dat zulke dingen gebeuren in zijn land en dat de politie van hem de inbrekers moet opsporen. 

Ik vraag of de man een inboedelverzekering voor deze woning heeft. Die blijkt hij niet te hebben. “En nu?” vraagt hij. Ik zeg dat hij dan de spullen niet vergoed krijgt. “Dat is toch de omgekeerde wereld” roept hij uit. “Ik moet geld betalen zodat ik mijn spullen terugkrijg als iemand anders iets verkeerd doet!” Zo heb ik het nog nooit bekeken, maar ergens heeft hij wel gelijk. 

Hij vertelt verder, over hoe hij samen met zijn dochtertje in Nederland terecht is gekomen. Zijn vrouw en andere drie kinderen zijn verdwenen in Syrie. “Ook weg, daar is geen verzekering voor” zegt hij verdrietig. 

Ik druk de man op het hart wel een verzekering te nemen in zijn nieuwe woning. En ik zeg hem dat ik hoop dat hij die nooit nodig zal hebben. “Ik ga een brief schrijven aan de koning dat dit in zijn land gebeurd. Ik dacht dat Nederland helemaal veilig was, maar niet dus. Trouwens, als je bloed wilt zoeken moet je naar Syrie” zegt hij. Ik zeg dat ik in Nederland wel door blijf zoeken naar bloed. Bloed van inbrekers. Dat moet namelijk van de koning. 
“En als politie doen we alles wat we kunnen, dat verzeker ik u!” De man moet lachen en zegt: “Dat is een mooie verzekering, dank je wel!” 
Met een glimlach ga ik weg, al ga ik deze inbraak helaas niet met sporen oplossen. 

vrijdag 24 juli 2015

Verboden liefde. World Press Photo.

Deze column is geplaatst in de Contact. 

Volgende week mag ik naar een bruiloftsfeest. En ik kijk er naar uit. Wat is er mooier dan twee mensen die elkaar voor eeuwig en ten overstaan van iedereen de liefde verklaren? Twee mensen die zoveel van elkaar houden dat ze zeker weten dat ze voor altijd bij elkaar willen blijven. En de hele wereld mag dat weten. En die liefde mag gevierd worden. Een mooie uitnodiging voor het feest ligt op de deurmat en vrolijke, lieve foto’s van het gelukkige stel samen staan op Facebook. Iedereen mag weten hoeveel deze mensen van elkaar houden.

Terwijl ik me afvraag wat ik die dag aan zal trekken fiets ik naar de Walburgkerk, waar de winnaar van de World Press Photo, Mads Nissen, een lezing gaat geven. Geweldig dat het Patrick van Gemert gelukt is om Mads Nissen voor nog geen dag vanuit Kopenhagen naar Zutphen te laten komen om in de kerk bij de tentoonstelling een lezing te geven. In de kerkbanken is het bijzonder om naar hem te luisteren en zijn foto’s te aanschouwen op een groot doek.  

De winnende foto is een intiem moment van een Russisch homopaar. Mads laat meer foto’s zien van de tijd die hij in Rusland doorbracht met lesbische stellen en homostellen. Maar ook heeft hij bij het enorme geweld tegen homoseksuelen in Rusland gestaan. Mannen die in de val worden gelokt om vervolgens mishandeld te worden. Omdat ze op mannen vallen. Foto’s van gewonde mensen, voor eeuwig getekend. Hij is met verschillende stellen op pad geweest, heeft hun vertrouwen gewonnen en hen gefotografeerd in hun eigen huis of omgeving. Een foto van twee vrouwen met hun drie kinderen. Een gewoon huiselijk tafereel. Maar zo verboden en gevaarlijk in Rusland. Mads straalt een rust en vertrouwen uit waardoor ik kan begrijpen dat de stellen hem in hun leven hebben gelaten. Een verboden leven, verboden omdat ze van iemand van hetzelfde geslacht houden.

Op weg naar huis realiseer ik me dat de bruiloft volgende week eigenlijk helemaal niet zo vanzelfsprekend is. En de openbaarheid van de liefde van dit stel ook niet. Het is namelijk het huwelijk van twee hele leuke meiden die elkaar eeuwig trouw gaan beloven. Voor mij zijn ze gewoon wie ze zijn, ik heb er geen seconde bij stil gestaan dat het om een huwelijk tussen twee vrouwen gaat. Voor mij is het een huwelijk tussen twee mensen die veel van elkaar houden, en of dat nou twee mannen, twee vrouwen of een man en een vrouw zijn, daar denk ik niet eens over na.


Mads laat met zijn winnende foto en de hele serie zien wat er gebeurt in Rusland met homoseksuelen. En met hem hoop ik dat hij met die ene winnende foto een verandering kan brengen in Rusland. En niet alleen in Rusland, want ook in Nederland is homohaat. Kijk eens goed naar de foto van Mads Nissen. Wat gun ik ook dit stel een leven waarin iedereen overal mag weten hoeveel ze van elkaar houden. Gewoon om wie ze zijn.

vrijdag 17 juli 2015

Onbeschrijfbaar. World Press Photo. Column voor Contact.

Deze column is gepubliceerd in de Contact.

Eén foto zegt meer dan duizend woorden. En dat bewijzen de foto´s van de World Press Photo wel. En dat die foto´s nu in Zutphen te bewonderen zijn, dat kan niemand ontgaan zijn. Er hangt immers een groot spandoek aan de IJsselbrug en aan de Walburgkerk. De eerste vrije dag die ik heb ga ik er meteen heen. En heb ik de eer dat Patrick van Gemert mij rond wil leiden. Patrick is professioneel fotograaf en één van de vier mensen achter de Stichting Zutphen: Doen! En hen is het gelukt om de World Press Photo naar Zutphen te halen. En zo staat Zutphen ineens tussen steden als Londen, Moskou en Tokyo waar de foto´s te zien zijn. En ben ik best trots op deze mensen dat het gelukt is om dit naar Zutphen te halen.

Voor €4,50 zijn de foto´s te bekijken in de Walburgkerk. Deze kerk is voor mij een plek waar de tijd stil heeft gestaan. De graven, het glas in lood, de schilderingen en de religieuze betekenis. Het contrast met de actuele foto’s is groot, maar tegelijkertijd mooi. Veel foto’s geven ellende weer. MH17, Kiev, homohaat, Gaza, Syrie, bootvluchtelingen. En bij het zien van de foto´s over ebola betrap ik mezelf op de gedachte: “Oh ja, dat was er ook nog afgelopen jaar.” Een vrolijk jaar was het niet, maar wat heb ik een respect voor de fotograven die hun leven hebben gewaagd en vaak onder de meest gruwelijke omstandigheden foto’s hebben gemaakt om de wereld te laten zien wat zich ergens afspeelt. Op plaatsen waar we zelf niet willen en durven zijn. Mooi om dit met Patrick te zien. Hij kijkt met twee ogen. Ogen van een fotograaf en van een toeschouwer. En staand op eeuwenoude graven in de kerk is het kijken naar een foto met mensen met hoop op leven of overledenen een niet te beschrijven ervaring. 

Het is niet alleen maar ellende wat er te zien is. Natuur, sport, dieren. Om sommige foto’s moet ik lachen, andere foto’s wil ik direct aan de muur van mijn huis.

Eén foto zegt meer dan duizend woorden, maar bij elke foto staat tekst en uitleg. Waardoor het kippenvel op mijn armen nog groter wordt. Zo ook bij de winnende foto van Mads Nissen, die een Russisch homopaar op een intiem moment fotografeerde. Mooi op een ontroerende manier. Respectvol. Maandag 20 juli geeft hij een lezing in Zutphen. Ik ben erbij, een unieke kans om zijn ervaringen aan te horen. 

Eén foto zegt meer dan duizend woorden. Ik kan er honderdduizend woorden over schrijven, maar dan nog kan ik niet beschrijven wat de foto´s mij laten zien en met me doen. Op de fiets naar huis zie ik niet Zutphen, wel enkele foto’s voor me. En thuis met een bakje koffie moet ik er nog lang aan denken. Foto´s die een verhaal vertellen, een verhaal dat me aan het denken zet. Onbeschrijfbaar. Dus dat doe ik ook maar niet. 

Eén foto zegt meer dan duizend woorden, 145 foto´s zijn onbeschrijfbaar. Gewoon gaan kijken dus. 

zondag 5 juli 2015

Zutphense omleidingen. Contact 2015-26.

Deze column is gepubliceerd in de Contact

Het echt mooie weer is begonnen, de zomer laat zich zien. En voelen. Tropische temperaturen deze week. Toch heb ik al wekenlang een heel zomers gevoel in Zutphen. Zelfs tijdens die nare regenbuien op het IJsselfestival. Hoe dat komt? Er is heel veel geel te zien in Zutphen. Geel van de gele omleidingsborden van de vele wegwerkzaamheden die er zijn. En geel associeer ik met de zomer…

Het is wel jammer dat er steeds meer van die gele borden bijkomen. Ik zie bijna door de borden de weg niet meer. Steeds meer werkzaamheden, steeds meer wegen die opgebroken zijn. Aan de omleidingen op de Marspoortstraat, het Stationsplein en de Mars ben ik al gewend. 

Als ik vandaag uit Apeldoorn kom gereden kan ik niet meer via de Oude IJsselbrug naar huis, ik moet om Zutphen heen. In de Hoven staat op een geel bord dat bezoekers van de woonboulevard de letter Z moeten volgen. En dat geldt ook voor mensen die naar het centrum willen en naar de Mars. Via de Wapsumsestraat rijd ik richting de Nieuwe IJsselbrug. Bij de rotonde staan gele borden dat Eerbeek alleen via Dieren te bereiken is. Ook een geel bord dat voor de Aviko de letter A gevolgd moet worden. 

Een enorme file vanaf daar richting Zutphen. Nou ja, positief blijven, op de brug heb ik immers een mooi uitzicht. Dus ik zet de radio hard, draai de ramen open en leg me neer bij mijn filelot. Onderaan de brug een geel bord dat Baak niet te bereiken is en naar Hummelo gereden kan worden door de letter H te volgen. Ineens begrijp ik de file. Als de oude brug en de weg naar Zutphen vanuit Hummelo eruit liggen, dan wordt dus van drie zijden iedereen over dezelfde Nieuwe Brug geleid. Als ik na lang stapvoets rijden en voornamelijk stilstaan eindelijk bij de stoplichten ben, staan er nog meer gele borden. Ik zet m’n zonnebril op, al dat geel doet pijn aan mijn ogen. 

      Routeplanners uit. 
      Verkeershinder. 
      A voor Aviko linksaf. 
      Baak niet bereikbaar. 
      Woonboulevard volg Z. 
      Gelderhorst niet bereikbaar. 

Met heel veel anderen sla ik uiteindelijk linksaf de Laan naar Eme op, om bij de rotonde naar rechts te gaan de Harenbergweg op. Om daar nog meer gele borden te zien. Thorbeckesingel afgesloten, voor Emmerikseweg volg A. Dat kan niet. De A was van de Aviko. Al komen die vrachtwagens vol met aardappelen niet op de Emmerikseweg, een E was toch makkelijker geweest. Maar de ene A is vast van de Provincie, en de andere van de Gemeente. En dan vraag ik me af… Bellen die niet met elkaar? Zo van “Hey, wij gaan wegwerkzaamheden doen daar en daar.” En dat dan de ander zegt “Oh, dan wachten wij even een paar weken met andere werkzaamheden zodat niet alle wegen afgesloten zijn.” 

Van mijn ouders moest ik vroeger eerst iets afmaken voordat ik aan iets nieuws begon. En nu heb ik de neiging om mijn ouders naar de Gemeente te sturen om ze op het gemeentehuis hetzelfde te vertellen. Kan er niet eerst iets afgemaakt worden voordat er aan een nieuw project wordt begonnen? Ik weet echt wel dat al die werkzaamheden flinke verbeteren op gaan leveren. En er is geen beroep waar ik meer respect voor heb dan het beroep van wegwerker. Vaak onder levensgevaarlijke omstandigheden staan deze mensen hun werk te doen, dag en nacht. En dan worden ze vaak nog uitgescholden ook. Dat zal ik nooit doen. Maar kunnen al die hardwerkende wegwerkers niet tegelijk aan hetzelfde stuk weg werken, zodat dat heel snel klaar is en daarna een ander gedeelte aangepakt kan worden?

Ik wou dat ik aandelen had. Aandelen in gele omleidingsborden. Dan was ik nu stinkend rijk en zat ik mooi op de Bahama’s tot Zutphen weer een gewone stad was. Een stad zonder gele borden met dubbele letters. 

woensdag 1 juli 2015

Kabelknagers. Contact 2015-24.

Deze column is gepubliceerd in de Contact

Ik heb mij eens laten vertellen dat steenmarters de kabels van sommige merken auto’s doorknagen omdat er vismeel in die kabels is verwerkt. En steenmarters houden van vis. Ik heb geen verstand van kabels produceren, maar ik snap niet dat daar vismeel voor nodig is. 
Inmiddels heb ik ontdekt dat niet alleen in autokabels rare bestanddelen verwerkt zijn. In veel kabels van huishoudelijke apparaten zijn volgens mij wortelen verwerkt…

Ik ben opgegroeid met konijnen in huis en heb ze zelf ook. De beestjes lopen lekker los in huis en zijn zindelijk. Af en toe moet ik een flinke discussie met ze voeren van wie de bank is, maar verder leven we gezellig en probleemloos samen. Een klein nadeel van harige beesten in huis is dat er nog wel eens wat haren verloren worden. Maar gelukkig zijn daar stofzuigers voor uitgevonden. Dus dagelijks ga ik flink met de stofzuiger door het huis om de haren te verwijderen. Kleine moeite. Tot ik aan het stofzuigen ben en de stofzuiger er ineens mee ophoudt. Chagrijnig druk ik met mijn voet op de aan-en uitknop. Geen resultaat. De stofzuiger doet niks meer. In gedachten zoek ik al naar het garantiebewijs, want zo oud is de stofzuiger nog niet. Tot mijn ogen van de stofzuiger naar de uitgerolde stroomkabel gaan. En ik het grootste konijn met een tevreden blik in zijn ogen naast de kabel zie zitten. Tevreden, alsof hij net een heerlijk worteltje heeft weggeknabbeld. De kabel ligt naast konijn in twee delen op de vloer, het ene uiteinde aan de stofzuiger, het andere in het stopcontact. Zuchtend zet ik de stofzuiger aan de kant. Stiekem hoop ik dat konijn een stroomstrootje door zijn konijnenlijf heeft gekregen zodat hij het voor eens en altijd afleert, maar hij heeft nergens last van. 

Een slimme konijnenmeid is op kabels repareren voorbereid, dus met plakband repareer ik de kabel van de stofzuiger. En ga ik verder met stofzuigen. Tot mijn plakbandconstructie uit elkaar valt en ik helemaal geen stroom meer in huis heb. Gelukkig kan ik de schakelaars in de meterkast omzetten en is er weer stroom. En kan ik met beter plakband de kabel van de stofzuiger opnieuw aan elkaar maken.

’s Avonds zit ik op de bank, lekker lui voor de tv. Tot ineens een lamp uitvalt. Ik kijk er met verbazing naar, en zie dan ineens vanuit mijn ooghoek hoe een andere lamp er ook mee ophoudt. Als ik daarnaar kijk zie ik hetzelfde konijn tevreden de kabels opvreten. Alsof het smakelijke worteltjes zijn… Deze kabels zijn niet te repareren. Dus de volgende dag ga ik op pad om nieuwe kabels te kopen om weer licht te hebben in huis. Ik zoek heel Zutphen af naar kabels zonder wortelsmaak. Alle verkopers zeggen mij dat er geen kabels met wortelbestanddelen zijn. Maar ik geloof ze niet. Hoe is het anders mogelijk dat konijnen de meeste kabels niet eens zien en er gewoon overheen stappen, maar dat andere kabels werkelijk konijnenmagneten zijn? 
Als ik thuiskom met de nieuwe kabels zie ik de konijnen kwijlend kijken… 

Beste kabelfabrikanten… Wilt u alstublieft stoppen met wortelen in kabels? Ik heb u door, u kunt het nu wel bekend maken…


donderdag 25 juni 2015

Insecten. Column 2015-25 voor Contact

Na een dag hard werken kom ik thuis. Met gruwelijke trek. Ik open de koelkast, maar die is zo goed als leeg. Dus zit er niks anders op dan boodschappen doen. En boodschappen doen met trek is niet handig, dat weet iedereen. Dan zijn de koekjes, chips en chocola interessanter dan het brood, groente en fruit.

Dus zo struin ik door de Albert Heijn XL aan de Polsbroek, zoekend naar gezond eten dat snel klaar te maken is. Meer dan genoeg keus en dat is tevens het probleem; ik kan niet kiezen. Maar ondertussen knort mijn maag. Tot ik ineens voor een schap sta met zogenaamde superfoods. Zaden en bessen die heel erg gezond zouden zijn. En daartussen zie ik wat plastic bakjes met daarin gevriesdroogde krekels, meelwormen en sprinkhanen. 

Bah! Mijn maag houdt accuut op met knorren en ik heb nergens meer zin in. Maar mijn nieuwsgierigheid is wel gewekt, dus met angst en beven pak ik een pakje met sprinkhanen uit het schap. Een bakje dat bijna 10 euro kost. In het bakje zie ik beestjes met pootjes en oogjes. In het bakje van de meelwormen zie ik dode beestjes die lijken op de engerds die in de zomer wel eens in mijn groene container rondkruipen. Ik snap werkelijk niet hoe iemand dat kan eten, ik word er misselijk van. Dus ik zet mijn lege mandje bij de kassa neer en loop de winkel uit. Zonder boodschappen, maar mijn trek is allang verdwenen.

Eenmaal thuis kan ik de insecten voor menselijke consumptie niet vergeten en ik ga zoeken op internet. Ik kom uit bij het bedrijf waar de insecten vandaan komen en lees op hun site dat er ooit een voedseltekort zal komen en dat we daarom insecten moeten gaan eten, want insecten eten is gezond en insecten zitten vol met eiwitten. Als ik eiwitten wil, dan eet ik wel een ei. En als er ooit voedseltekorten komen en ik gedwongen word insecten te eten om in leven te blijven, dan hoop ik ook dat mijn salaris het tienvoudige is. Want bijna 10 euro betalen voor een klein bakje insecten, dat is niet te doen. En zo blijft het voor mij een rare modegrill. 

Het raarste wat ik ooit gegeten heb, is een naaktslak. Maar toen was ik een peuter en ik kan het me gelukkig niet herinneren. Mijn moeder herinnert het zich wel, en elke verjaardag vertelt ze het verhaal in geuren en kleuren. (Daar kan je nu mee ophouden mama, heel Zutphen weet het nu…)
Wat ik me wel afvraag is waar die beestjes vandaan komen. Gefokt, gekweekt, hoe noem je dat bij insecten? Dus ik mail het bedrijf en krijg als antwoord dat de beestjes gewoon uit Nederland komen. Dus ergens in Nederland staat een bedrijf dat insecten grootbrengt en ze dan vakkundig omlegt in een vriezer om ze vervolgens in bakjes te proppen zodat wij ze kunnen eten. Wat een raar land is dit toch af en toe. 

Ik ken gelukkig niemand die insecten eet. Maar mocht u ze eten, kom gerust bij me langs in de zomer als de maden uit de groene container kruipen. U mag ze gratis afhalen. Wel zelf even een bakje meenemen…

zaterdag 6 juni 2015

Burgernet. Column 2015-22 voor Contact


Deze column is geplaatst in de Contact.

Een beetje met verbazing las ik het nieuws dat een flink deel van de inwoners in Zutphen zich geregeld onveilig voelt. Maar liefst twintig procent. Dat is één op de vijf inwoners van onze mooie gemeente. Ik vind dat een schrikbarend hoog cijfer. Zijn ons oude Hanzestadje Zutphen en het mooie Warnsveld dan zo gevaarlijk? Ik voel me eigenlijk nooit onveilig hier in Zutphen. Niet dat ik zo dapper ben, integendeel. Hard (weg)lopen kan ik ook niet. Ik heb er over nagedacht op welke plaatsen in Zutphen ik me minder veilig voel. In het donker in de Drogenapssteeg onder de Drogenapstoren door. Heel donker en veel hoekjes. Geen prettig stukje alleen in het donker. Dus loop ik er omheen. Niet dat ik wil dat het er verlicht wordt, zeker niet. Het is echt een gevoel en op niks gebaseerd. Misschien draagt de aanwezigheid van de donkere Droge Nap ook wel bij aan dat gevoel. Op plaatsen waar veel groepjes zijn, zoals op de Polsbroek of bij het station voel ik me weleens minder prettig. Maar zeker niet onveilig. In mijn huis heb ik eens ongewenst bezoek gehad. Dat iemand ongevraagd in huis loopt is niet fijn. Vorig jaar zijn er twee fietsen van me gestolen in Zutphen. Er gebeuren zeker wel verkeerde dingen in Zutphen, maar me onveilig voelen… Nee.
Vandaag, dinsdag 2 juni kwam ik thuis en zag ik dat er een envelop half in de brievenbus stak. Daar houd ik niet van, post moet gewoon helemaal naar binnen. Zo wordt de post nat en bovendien ziet elke potentiële inbreker dat er niemand thuis is. Ik zag bij heel veel woningen een zelfde brief uit de brievenbus steken. Eenmaal binnen zag ik dat deze van de gemeente Zutphen en de Politie was. In de brief werd mij als inwoner gevraagd om mee te doen met Burgernet. Met Burgernet kan de politie een bericht sturen naar inwoners als er iets in de buurt is gebeurd. Bijvoorbeeld een signalement van een inbreker die in een buurt gezien is of de gegevens van een kindje dat wordt vermist. Door de gegevens zo snel mogelijk via een gesproken of tekstbericht te verspreiden is de kans vele malen groter dat iemand gezien wordt dan dat een paar politiemensen gaan zoeken. Immers, duizend ogen zien meer dan acht ogen… Als die persoon gezien is, dan kan gewoon de politie gebeld worden waarna zij de persoon kunnen aanhouden of het kind kunnen terugvinden. De politie in Zutphen is prima opgeleid en geoefend om boeven te vangen, dus dat gedeelte kunnen we aan hen overlaten. Met Burgernet kunnen we ze wel heel goed helpen. En daarmee kan de veiligheid in Zutphen flink vergroot worden. Want hoe eerder die inbreker vast zit, hoe minder ellende hij aanricht… 
De brief was aan mij niet besteed. Ik doe namelijk al een tijd mee met Burgernet. Ik hoop dat heel Zutphen het antwoordformulier invult en mee gaat doen. Zodat iedereen zich veiliger gaat voelen. En zodat de gemeente Zutphen ook echt veiliger wordt. Want zeg nou zelf, we wonen hier toch veel te mooi en te leuk om weleens bang op straat te zijn? En achterom kijken zouden we alleen moeten doen om nog even naar één van de vele mooie plekjes te kijken. 

Brug. Column 2015-21 voor Contact

Deze column is geplaatst in de Contact


Een nieuwe hype op Facebook. Mensen maken de meest rare openbare evenementen aan en anderen gaan daar massaal naartoe. Zo ben ik uitgenodigd om deel te nemen aan het evenement “linkshandig diepzee knikkeren” waar al 40.000 mensen naar toe zeggen te gaan. Een ander evenement is de “Nationale bananensmijtdag” in Wormerveer. Op dit evenement is tevens een ruilhoekje voor bananen waar je niks mee doet… Natuurlijk zijn dit evenementen die nooit zullen plaatsvinden, maar gewoon voor de grap zijn aangemaakt. Daarentegen zijn er ook echte evenementen waar Facebookleden massaal naar toe willen komen. Zoals de “Sloveense panfluitsessie”. Een echt evenement, maar niet berekend op het aantal van 44000 bezoekers dat zich heeft aangemeld. Bovendien staan nu allerlei grappige opmerkingen bij dat evenement. Mensen die echt geïnteresseerd zijn in panfluitmuziek komen er al niet meer tussendoor.

Ik dacht dat de gemeente Zutphen ook een grappig evenement bedacht had. Al kon ik het evenement niet vinden op Facebook. Het bericht dat er een brug over de Vispoortgracht zou komen klonk toch echt als een raar evenement. En dat bericht was veel te laat voor een 1 april grap. Waarom zou iemand een brug willen over de Vispoortgracht? Een journalist in de Stentor had het mooi berekend wat de twee potentiële bruggen zouden kosten en wat dat aan minder meters lopen zou zijn om het centrum van Zutphen te bereiken. Zonder tekort te willen doen aan het verhaal was de samenvatting wel dat het kapitalen zou kosten en een paar meter zou schelen naar het centrum. Ik heb het proberen uit te leggen aan de ganzenfamilies die er momenteel wonen, maar die keken me alleen schaapachtig aan en bliezen wat. Ik vind een brug over de Vispoortgracht raar. Via de Tadamastraat en Tadamasingel is men vanaf de parkeerplaats aan de Houtwal met 5 minuten in de Pelikaanstraat of bij Droge Nap. En vanaf de Houtwal kan men zo de Lange Hofstraat inlopen. Ik heb er nog nooit iemand over horen klagen. Wel over het betaald parkeren dat alleen maar met pinpassen kan. Ik heb nu al een paar keer voor toeristen het parkeren betaald omdat ze alleen maar contact geld bij zich hadden. Ik kreeg het geld altijd keurig terug. 

In strenge winters -en ja ik weet dat die nog zeldzaam zijn in Nederland- is de Vispoortgracht een prachtige ijsbaan. Als kind heb ik er leren schaatsen. De laatste strenge winter dat er geschaatst werd stond er zelfs iemand met een koek en zopie tent op het ijs, keurig met vergunning van de gemeente, en werd er flink geschaatst. Die schaatsers zouden straks dus met hun hoofd tegen een brug aanrijden…. 

Ik ga er dus maar vanuit dat de gemeente Zutphen een mislukt grappig evenement op Facebook heeft willen plaatsen. Maar dan nog ga ik er niet naar toe… 

dinsdag 26 mei 2015

Fiatje. Column 2015-20 voor Contact

Deze column is geplaatst in de Contact. 


"Goedemorgen lieverd, ga je met me mee?" Ik sta 's ochtends vroeg op de parkeerplaats en weet dat ik geen antwoord op mijn vraag ga krijgen. Toch klets ik gewoon door: "Het is koud hè, laten we maar snel gaan rijden, dan krijgen we het vanzelf wel warm.” Ook nu weet ik dat ik geen antwoord krijg. Ik klop even met mijn hand op het dak van mijn auto, open met de sleutel het portier en stap in. Ik steek de sleutel in het contact, trap de koppeling in en draai de sleutel om. Ik hoor de motor even pruttelen en trap dan het gas in en rijd weg. “Goed zo schat, ben weer trots op je” zeg ik als ik de straat uitrijd. Het enige antwoord dat ik nu krijg is een tevreden ronkende motor. De rest van de reis naar het werk zeg ik niks meer, tot ik er ben en parkeer. Als ik uitstap en het portier op slot draai ben ik blij dat ik er ben. Blij dat mijn oude, maar o zo geliefde autootje me weer heeft gebracht waar ik moet zijn. En af en toe praat ik dus tegen mijn auto, mijn oude Italiaantje. 
“Koop toch eens een fatsoenlijke Italiaan, een Alfa dus” zegt een collega vaak tegen me. Ik peins er niet over, ik blijf trouw aan mijn oude geliefde Fiatje. En ik zeg hem dan dat hij met de verkeerde Italiaan op pad is… Dat hij af en toe wel gelijk heeft, dat ga ik hem niet vertellen. Nooit. Want mijn Fiatje laat me best wel eens in de steek. En dan kan ik lief kletsen, maar dan doet ze echt niet wat ik wil. Ze inderdaad, mijn auto is namelijk een meisje. Hoe ik dat weet? Mannetjesauto’s hebben een trekhaak… Mijn Fiatje niet, dus is het een meisje. Logisch. 
Maar omdat ze me wel eens in de steek laat, heb ik inmiddels wel een beetje verstand van auto´s. Ik weet hoe ik olie moet peilen, banden moet oppompen, moet starten met startkabels en koelvloeistof moet bijvullen. En ik kan heel goed uitleggen aan de man die m’n Fiatje (te) vaak repareert wat het nieuwe probleem is… En daarmee is deze man mijn held en vaak de Fiatjesredder in nood. 
Afgelopen week rook ik weer eens een rare geur in de auto. Zolang ik geen zwarte rook zie en er lampjes gaan branden rijd ik stug door, al pratend tegen Fiatje dat ze het moet redden tot aan huis. Dat deed ze braaf. Ik parkeerde, liet haar een paar uur afkoelen (het is en blijft nou eenmaal een heetgebakerde Italiaanse) en ik opende toen de motorkap. Ik had een jurkje aan en stond op hakken de olie en de koelvloeistof bij te vullen. Een ouder echtpaar liep langs. En toen hoorde ik de vrouw zeggen: “Dat vind ik nou zo stoer! Dat een vrouw gewoon zelf zo met haar auto bezig is!” Ik moest er wel om lachen. Ik zorg goed voor mijn Fiatje, al is het vaak bittere noodzaak…
Volgend jaar wordt ze 18. Meerderjarig dus. Ik hoop dat ze dan over de pubertijd heen is en geen kuren meer vertoond, maar dat we samen nog heel lang op pad kunnen en Alfa´s met een trekhaak voorbij kunnen scheuren. Girlpower!

zondag 17 mei 2015

Moordenaar. Column 2015-19 voor Contact.

Deze column is gepubliceerd in de Contact.

Ik moet wat bekennen. Ik kan wel altijd schrijven over leuke, lieve en mooie dingen, maar zo ben ik natuurlijk niet altijd. Ik schrijf ook wel over wijntjes drinken, maar mijn donkere kant die ik nu maar eens op moet biechten doe ik niet onder invloed van wijntjes. Eigenlijk doe ik het altijd. En nog onbewust ook, wat het eigenlijk nog erger maakt.
Ik ben verantwoordelijk voor meerdere moorden. Nou ja, omdat ik het niet bewust doe is het meer doodslag dan moord. Maar toch. Alle doden waar ik verantwoordelijk voor ben vallen bij mij in huis, doorgaans in de woonkamer. U hoeft nu niet meteen politie Zutphen te bellen. De gesneuvelden hier in huis zijn namelijk de planten. En daarvoor zal ik niet aangehouden worden. Ik heb gewoon geen groene vingers, ik dood ze dus niet voor mijn lol. Ik doe mijn uiterste best om de plantjes goed te verzorgen, maar het lukt me niet om ze levend te houden. Vorige week had ik nog vier levende plantjes over. De rest was inmiddels oneervol begraven in de groene container. Tot een collega langskwam en subtiel naar een palm in de vensterbank wees en zei: “Volgens mij is die palm stervende…” Een week later kon ook die palm de container in, ondanks verschillende levensreddende pogingen. Tot overmaat van ramp vond konijn een manier om via de bank de vensterbank te bereiken, alwaar een plantje gruwelijk aan zijn einde kwam in de bek van konijn. En toen waren er nog maar twee over. Ik vond het maar kaal in huis. En dus zat er niks anders op dan naar de winkel te gaan en nieuwe planten te kopen. Dat Oxalis failliet ging heeft zeker niet aan mij gelegen…
In de winkel kijk ik naar de planten en voel me een moordenaar op zoek naar het volgende slachtoffer. Ik zie een palm die ik simpelweg te mooi vind om mee naar huis te nemen, bang dat ik ook deze weer snel een enkeltje palmenhemel geef. Ik zoek verder naar planten. Planten die ik mogelijk wel in leven kan houden en planten waar konijn zijn tanden niet in wil zetten. Plastic planten dan maar? Ik kijk er even naar, maar ik vind het niks. Als ik in een restaurant zit en er staat een plastic plantje op tafel wantrouw ik meteen het eten. Plastic is nep en dat wil ik niet. Maar plastic gaat ook niet dood… Toch loop ik terug naar de echte planten. Als ik een paar mooie exemplaren gevonden heb en ze in een mandje heb gezet fluister ik alvast mijn excuses tegen de planten en ik zeg tegen ze dat ik mijn uiterste best ga doen om ze heel oud en groot te laten worden. Als de verkoopster me raar aan staat te kijken reken ik snel af en ga direct naar huis toe waar ik de planten in potten zet en een mooi plekje geef. Het gaat nu al 10 dagen goed, in de groene container nog geen kamerplant… Maar voor hoelang? Ik vrees dat ook dit keer mijn ware aard als plantenmoordenaar aan het licht zal komen…